Silicon Valley aan de Schelde

BelgiŽ heeft een bloeiend ecosysteem van start-ups die actief zijn in Industrie 4.0. De grote uitdaging is nu om netwerken en partnerships te creŽren die deze bedrijven kunnen helpen om te groeien en een plaats te verwerven tussen de gevestigde leveranciers van industriŽle technologie. PwC, dat bedrijven hierbij helpt, bracht het ecosysteem en de uitdagingen in kaart.

Vorig jaar deed PwC al een onderzoek naar Industrie 4.0, waarbij toen vooral gefocust werd op de industrie zelf. Voor het nieuwe rapport werden 30 start-ups en scale-ups bevraagd. Het zijn 30 Belgische bedrijven die industriŽle digitale oplossingen ontwikkelen in de sfeer van Industrie 4.0. TechnologieŽn die hierbij aangewend worden zijn onder meer artificiŽle intelligentie, de cloud, IoT en data analyse, maar ook blockchain, 3D printen, augmented reality en drones.

Dat klinkt een beetje als Silicon Valley aan de Schelde, maar dat hoeft op zich niet te verbazen. Ons land telt bijvoorbeeld heel wat belangrijke spelers die oplossingen rond artificiŽle intelligentie ontwikkelen voor de financiŽle sector. Dat succesverhaal moet ook in de industriŽle wereld mogelijk zijn, meent men bij PwC.

Vandaag zitten de meeste van die 30 start-ups (eigenlijk waren het 24 start-ups en 6 meer mature bedrijven) echter nog in de proof of concept fase. Dat wil zeggen dat ze zich voornamelijk concentreren op kleinere projecten, enerzijds om hun oplossingen te kunnen aftoetsen aan de reŽle noden en uitdagingen van de industrie en tegelijk ook om in die industrie voet aan de grond te krijgen. Uitdaging is nu om door te groeien en een meer relevante rol in de industrie te kunnen gaan spelen.

Technology push

Bij de persvoorstelling van het rapport gaven Peter Vermeire, partner bij PwC, en Johan Van der Straeten, senior manager Management Consulting bij PwC, meer uitleg over de bevindingen.

Eerste vaststelling bij de start-ups is dat meer dan de helft van die bedrijven gestart zijn vanuit een technology push. Het gaat om ondernemers die de maturiteit van een technologie aangegrepen hebben om bepaalde oplossingen te ontwikkelen.

Wat ze daarmee hopen te bereiken voor hun klanten is in de eerste plaats het verbeteren van de operationele performantie van industriŽle processen. Tweede verkoopargument is het reduceren van de operationele kosten. Derde meest genoemde value proposition is het creŽren van nieuwe digitale businessmodellen Ė de zogenaamde ďas-a-serviceĒ modellen.

Dat derde argument is interessant want het wordt inderdaad vaak naar voor geschoven in discussies over Industrie 4.0. Maar in het vorige rapport van PwC, waarin de industrie zelf bevraagd werd, eindigde dat argument onderaan in het verlanglijstje van de bedrijven. Er is daar dus mogelijks een mismatch tussen vraag en aanbod.

Gevraagd naar misverstanden waarmee de start-ups geconfronteerd worden, zegt de helft dat bedrijven vaak nog onvoldoende vertrouwen hebben in de nieuwe producten en diensten. PotentiŽle klanten willen nog wat wachten en begrijpen ook niet altijd de nieuwe technologieŽn en hun toegevoegde waarde.

Proof of concept

Dat klinkt misschien allemaal wat negatief en zorgwekkend, maar dat is het niet noodzakelijk. PwC heeft er voor dit rapport bij de selectie van de start-ups trouwens op gelet dat het alle bedrijven zijn die al min of meer de deugdelijkheid van hun oplossingen bewezen hebben. Het gaat hier niet om ideeŽn en concepten, maar om concrete oplossingen die al in de praktijk gebracht zijn.

Vele bedrijven zitten echter nog in de proof of concept fase. Gevraagd naar de kritische succesfactoren om door te groeien verwijst zowat de helft van de start-ups naar het belang van netwerken en partnerships. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar organisaties die voor meer visibiliteit kunnen zorgen. Als tweede succesfactor wordt de beschikbaarheid van kennis, expertise en infrastructuur genoemd. Op de derde plaats komt een goede marketing strategie.

Wat PwC daar nog aan toevoegt is het belang van snelheid. Wat de hoger genoemde succesfactoren gemeen hebben is dat ze de start-ups in staat moeten stellen om hun producten en diensten sneller te ontwikkelen en in de markt te zetten. Dat is namelijk bij uitstek het punt waarop de nieuwkomers zich kunnen differentiŽren van de grote, gevestigde namen in industriŽle automatisering. Deze bedrijven zitten uiteraard ook niet stil, dus wie niet snel genoeg gaat, dreigt vroeg of laat ingehaald te worden.

Compleet nieuwe denkwijzen

Een van de scale-ups in het rapport Ė al mag het bedrijf na meer dan vijf jaar al stilaan een gevestigde waarde genoemd worden Ė is Robovision. Dat bedrijf levert oplossingen die gebruikmaken van neurale netwerken om grote hoeveelheden visuele data te analyseren. In industriŽle context betekent dit voornamelijk het ontwikkelen van geavanceerde, zelflerende visiesystemen. Het bedrijf geniet bijvoorbeeld wereldwijd erkenning in de tuinbouwsector waar het visiesysteem ingezet wordt voor het herkennen van plantgoed. Robots zijn daardoor in staat om plantjes op de juiste plaats en in de juiste posities vast te nemen om automatisch geplant te worden.

Jonathan Berte, CEO van Robovision, heeft al heel wat ervaring met het traject dat doorlopen moet worden om de vanuit de proof of concept fase te evolueren naar een gestructureerd en Ė niet onbelangrijk Ė rendabel bedrijf. Een belangrijke stap hierin was het ontwikkelen van een platform waarin de deep learning oplossing ondergebracht werd. Dat platform draagt bij tot de herkenbaarheid en het zichtbaar maken van de value proposition. Een soort SAP voor artificiŽle intelligentie, noemt Berte het.

Op de voorstelling van het rapport was ook Cedric Mossay van 3B Binani Fibreglass aanwezig. 3B is een industriŽle fabrikant van glasvezel en klant van Robovision. Het bedrijf heeft goede ervaringen met het werken met een start-up Ė niet alleen omdat deze een specifieke kennis leverde maar ook omdat ze een frisse benadering en dynamiek aanbracht, wat tot een versnelling geleid heeft in de ontwikkeling en implementatie van nieuwe oplossingen.

Het is nu zaak voor de start-ups om dit soort dynamiek uit te dragen, meent men bij PwC. Daarbij moet er niet alleen naar gestreefd worden om proof of concept projecten te laten opvolgen door volledige rollouts. In een latere fase moeten de start-ups ook trachten om verder te gaan dan het doorbreken van het status quo in bedrijven en proberen om compleet nieuwe denkwijzen ingang te doen vinden.

Het volledige rapport is beschikbaar op de site van PwC

© Productivity.be


Feel free to share

Productivity.be Update Alerts

Wenst u regelmatig update alerts te ontvangen over nieuwe artikels en productoverzichten?

En/of u kan zich inschrijven voor onze maandelijkse thematische nieuwsbrieven

Agenda

Formnext, Frankfurt, 13-16/11/18
Precisiebeurs, Koningshof Veldhoven, 14-15/11/18
Moving Automation, Kasteel Te Lake, Zulte, 15/11/18
SPS IPC Drives, Nuremberg, 27-29/11/18
Valve World Expo, DŁsseldorf, 27-29/11/18
Meer


Productivity.be

is een publicatie van
Redactiebureau ConScript

Contact

Erwin Vanvuchelen
+32 (0)475 64 99 34
erwin@conscript.be
erwinvanvuchelen